Parkeerplaatsen zijn voor auto’s, toch?

Wat schaars is, is duur. Dat is een economische wetmatigheid. Waarom dan toch verkwanselen we in dit land een kostbaar goed als open(bare) ruimte zo achteloos? In alle steden en dorpskernen is de vrije ruimte beperkt en toch vinden we het al decennialang vanzelfsprekend dat een onevenredig groot deel ervan wordt geasfalteerd om auto’s, meestal gratis, op te parkeren.

Als coro­na ons al één ding heeft geleerd, dan is het wel dat ruimte om te bewe­gen, om te ont­moeten (op veilige afs­tand) en om te ontspan­nen een kost­baar én onmis­baar goed is. Ja, zelfs van vitaal belang voor onze fysieke en emo­tionele gezond­heid. Dan is elke extra lap par­keeras­falt voor auto’s niet meer of niet min­der dan een aanslag op de leef­baarheid van onze ste­den en dorpen. 


Hoeveel plaats pakt park­ing?

Auto’s slokken een flink deel van onze schaarse open ruimte op. Wist je dat er in Vlaan­deren maar lief­st 25m² par­keert­er­rein is per inwon­er. In totaal komt dat neer op 20.000 hectare. Genoeg voor ruim 7 miljoen par­keer­plaat­sen, méér dus dan dat er Vlamin­gen zijn (zie Ruimter­ap­port Vlaan­deren). En dan hebben we het nog niet over de vele hectaren die nodig zijn voor de geschat­te 200.000 tot 500.000 bijkomende wagens tegen 2030. Aan 50m² voor iedere wagen, loopt het ruimtebeslag ver­moedelijk op tot extra 2.500 ha park­ing of 25.000.000m²!

Het vehikel dat ons in de voor­bi­je decen­nia onge­lim­i­teerde vri­jheid beloofde — en die belofte in het begin nog kon waar­mak­en — is van­daag een ver­rader­lijke ver­slav­ing gewor­den. Een­t­je die wordt gevoed met steeds meer duur betaalde asfalt, beton en opge­of­ferde open ruimte. 

Coro­na als stroomver­sneller

Google de woor­den par­keer­plaat­sen’ en verd­wi­j­nen’ en de kans is groot dat het woord protest’ in de resul­tat­en meer dan eens terugkomt. Mensen zijn zo gewend aan een gratis plaat­sje voor de deur dat ze het zien als een ver­wor­ven recht. Zelfs meer: als een taak van de over­heid om die par­keer­plaats ter beschikking te stellen op de kost­baarste vierkante meters in de stad. 

Als de nood het hoogst is besef­fen we beter hoe hard we die open ruimte nodig hebben. De over­volle parken, fietspaden en voet­paden in 2020 zijn er het per­fecte bewi­js voor. Wat coro­na dus zek­er ook heeft gedaan, is het debat rond de func­tie en invulling van de pub­lieke ruimte nieuw lev­en inblazen. Het valt op dat de een­z­i­jdi­ge benader­ing om open ruimte te plaveien voor park­ing vak­er ter dis­cussie staat. Een veran­der­ing die is zicht­baar is op zow­el bestu­ursniveau als bij de bewon­ers zelf. Sowieso toon­den heel wat gemeen­ten zich al flex­i­bel tij­dens de coro­na-lock­down om actieve wegge­bruik­ers extra bewee­gruimte te geven en cre­atief te zijn met meer groen.

Parklets dagen het sta­tus quo uit 

Een parklet is een alter­natieve invulling van een autopar­keer­plaats: een mini­park­je, speel­hoek, ont­moet­ingsplek … Maar, de instal­latie ervan ver­loopt niet alti­jd zon­der slag of stoot. In juni bijvoor­beeld haalde de gemeente Schaar­beek een ille­gaal’ straat­tuin­t­je weg, wat een storm van reac­ties teweeg­bracht, negatief en posi­tief. Nu staat het tuin­t­je er weer met ste­un van het Brus­sels Gewest. Maar ook Schaar­beek zelf lijkt intussen wat bijge­draaid en ste­unt nu de Buum­planters. Dat is een project waar­bij buurt­be­won­ers park­ings omtov­eren tot kleine, groene oases van rust en ontmoeting. 

Het Brus­sels Gewest gelooft duidelijk in het con­cept want het maak­te zopas 140.000€ vrij voor parklets om onge­bruik­te par­keer­plaat­sen om te bouwen tot groene ruimtes of een andere func­tie te geven. In Has­selt start het stads­bestu­ur met een proef­pro­ject rond pop-uppark­jes om rust­pun­ten te creëren in over­we­gend ver­harde buurten’ zoals dat dan heet. In Gent werd dan weer de bestaande autopark­ing op het Maa­seik­plein bij wijze van exper­i­ment tijdelijk omgevor­md tot een stads­boom­gaard. Inmid­dels is het asfalt van de park­ing uit­ge­bro­ken om defin­i­tief plaats te mak­en voor een boom­gaard met pick­nick­banken en een speel­wei­de. En eind 2018 won Mobiel 21 in Graz (Oost­en­rijk) met het Park2­Park-con­cept nog de eerste plaats in een ideeënwedstrijd. 

Actie komt ook van onderuit. Zo grepen in 2020 tien­tallen verenigin­gen dankz­ij Verover de Ruimte’ de kans om te tonen dat er andere mogelijkhe­den zijn met par­keer­ruimte. Een mooi voor­beeld is dat van vzw Planché en zijn 12m²-project dat mensen oproept om cre­atief te zijn met de opper­vlak­te van een par­keer­plaats onder het mot­to: beperkt in ruimte, onbeperkt in ver­beeld­ing! Plaats mak­en voor méér groen, méér spel en ontspan­ning, méér ont­moet­ing, méér buurt op mensen­maat zijn de sleutel­wo­or­den bij die acties. 

Al die vari­anten van parklets hebben een belan­grijke sig­naalfunctie: Ze lat­en zien dat er plaats is voor exper­i­ment en dat zow­el bewon­ers als belei­ds­mak­ers dur­ven nadenken over alter­natieve invullin­gen van de schaarse open­bare ruimte. Tegelijk­er­ti­jd mak­en ze de andere inwon­ers bewust om een bred­er draagvlak te creëren voor meer open ruimte in een gezon­dere, groenere en leef­baardere gemeente. Parklets zijn dus ideaal om te visu­alis­eren hoe onze open­bare ruimte eruit kan zien als we kiezen voor groen in plaats van gepar­keerde auto’s.

Wat win­nen we erbij?

  • Meer plaats voor ontspan­ning en ont­moet­ing
    Onder­zoek van Ste­un­punt voor jeugdbeleid en jeugdw­erk bij kwets­bare jon­geren toont aan dat 55% zich niet goed voelt, 76% thuis te weinig ruimte heeft en 60% geen tuin heeft. Je zal maar in een beschei­den apparte­men­t­je in de beton­nen jun­gle wonen. Dan is elke strook groen of onver­harde open ruimte een ver­adem­ing en een kans om te ontsnap­pen aan de waan van de dag. Natu­ur als zuurstof voor de buurt’ zoals de Verenig­ing voor Ruimte en Plan­ning het omschrijft. 
  • Meer plaats voor actieve mobiliteit
    Zek­er in de stad, waar ruimte schaars is, con­cur­reert par­keer­plek met stoep, fietspad, speelplek, ter­ras en groen. Hoewel mensen in grote ste­den min­der auto’s bezit­ten, wonen ze dichter op elka­ar wat resul­teert in meer auto’s per vierkante kilometer. 
  • Kli­maat­doel­stellin­gen halen
    Europa legt zijn lid­stat­en tegen 2030 een reduc­tie van broeikas­gassen op van 40% t.o.v. 1990. Uit onder­zoek in Ams­ter­dam blijkt dat mensen vak­er geneigd zijn om hun auto weg te doen als par­keer­plaats duur­der of schaars­er wordt. Min­der park­ing betekent dus ook min­der uit­stoot van broeikas­gassen. En ook die modal shift van 50/50 komt ermee bin­nen handbereik. 
  • Meer koelte
    De beruchte hitte-eilan­den in stedelijke omgevin­gen kun­nen getem­perd wor­den door meer groen en water in de open­bare ruimte. In stad­s­cen­tra ligt de gemid­delde tem­per­atu­ur tij­dens hete zomers tot wel 3°C hoger. Ook het Europese project Cool Towns ziet heil in meer groen en water als antwo­ord op het prob­leem van de toen­e­mende hittestress in steden. 
  • Betere water­huishoud­ing
    Min­der ver­hard­ing betekent ook min­der water dat recht­streeks de rio­ler­ing inloopt. Groene eiland­jes houden water beter vast en zor­gen voor ver­damp­ing én verkoeling. 
  • Goed­kopere huizen
    Pro­jec­ton­twikke­laars kun­nen goed­kopere huizen bouwen in stedelijk gebied als ze niet voor elke won­ing een of meer par­keer­plaat­sen moeten bouwen. Uit­er­aard op voor­waarde dat voorzienin­gen voor fiet­sen en open­baar ver­vo­er aan­wezig zijn. 
  • Meer omzet
    Op één autopar­keer­plaats passen 10 fiet­sen. De reken­ing voor lokale han­de­laars is snel gemaakt. En als er dan nog wat extra ruimte vrijkomt voor een ter­ras oogt het plaat­je hele­maal fraai. 

Park­ing vs. pub­lieke ruimte

Stedelijke open(bare) ruimte is als ijs­jes op een hete zomerdag: Iedereen wil er één maar er is nooit genoeg. Het goede nieuws is dat gemeen­ten geen dure toolk­its of ste­den­bouwkundi­ge ingrepen nodig hebben voor gezon­dere en leef­baardere strat­en. De angel zit m in de hoeveel­heid visie en lef die dezelfde gemeen­ten nodig hebben om er werk van te mak­en. We zei­den het al in een eerder artikel over par­keer­man­age­ment: Par­keer­beleid moet min­der emo­tion­eel wor­den.

Par­keer­man­age­ment is een kans die zomaar voor het oprapen ligt. Het zou de kern moeten vor­men van elk mobiliteit­s­plan in heel het land. Met min­i­male inspan­nin­gen kun­nen belei­ds­mak­ers zeer grote voorde­len behalen en in één adem hun open­bare ruimte even­wichtiger verde­len. Sim­pele ingrepen kun­nen een stad of dorpskern al veel leef­baarder en aan­ge­namer mak­en voor fiet­sers en voet­gangers, maar ook en vooral voor de mensen die er wonen. 

Dat parklets in aller­lei vor­men in het straat­beeld ver­schi­j­nen zijn een teken van een groeiende bewust­word­ing zow­el bij over­heid als burg­ers. Kli­maatveran­der­ing, luchtk­waliteit en de behoefte aan plaats voor sociale ont­moet­ing en inter­ac­tie zijn de stuwende kracht voor een drin­gende her­in­ter­pretatie van een pub­lieke ruimte. Een waarin de mens cen­traal staat en geen blok staal op wie­len dat we 95% van de tijd gewoon ergens parkeren.