46% van de fietsers in de ochtendspits is een kind: wat houdt de rest tegen?
Eind mei 2026 telde Mobiel 21 samen met de Fietsersbond en de Leerstoel Fiets van UGent, ruim 12.121 fietsers op 21 locaties in Vlaanderen en Brussel. Opvallende vaststelling: 46% van die fietsers in de ochtendspits was een zelfstandig fietsend kind of jongere. Knap cijfer, maar het vertelt niet het hele verhaal.
Waarom kiest het ene kind wél voor de fiets naar school, en het andere niet? Om dat te begrijpen, organiseerde Mobiel 21 klasgesprekken met het 2de, 3de en 6de leerjaar in drie Mechelse scholen: het Lyceum, de Sint-Pietersschool en Don Bosco. We peilden naar vervoerskeuze, motivatie, vaardigheden, drempels en wat kinderen zelf zou overtuigen om (meer) te fietsen.
Twee drempels die overal terugkomen: gevaar en afstand
Over de drie scholen heen zijn er twee redenen die telkens opnieuw naar boven komen om niet te fietsen: gevaar en afstand. Gevaar is bijna altijd heel concreet: een kruispunt, een drukke weg, een eigen val of aanrijding. Hier kunnen gerichte infrastructuuringrepen een uitweg bieden.
Afstand ligt lastiger. Sommige leerlingen wonen maar een kilometer of drie van school. Dat is een afstand die op zich prima fietsbaar is, maar toch als "te ver" wordt bestempeld. Hoewel afstand een objectief gegeven is, bepalen ook gewoonte en perceptie van afstand, vooral bij ouders, of kinderen wel of niet naar school fietsen.
Verschillen tussen de scholen
Bij de Sint-Pietersschool komt bijna de volledige klas in het derde leerjaar met de fiets. Het klasgesprek, viel niet toevallig midden in de fietsweek die de school organiseerde. Bij Don Bosco is het net andersom: de meeste leerlingen komen te voet of met de auto. Een pijnpunt dat de leerlingen zelf vaak aanhalen is het gevaarlijke kruispunt vlak voor de schoolpoort, met naar eigen zeggen "regelmatig bijna-botsingen". Het Lyceum zit ertussenin, met relatief veel autogebruik omdat de school voor sommige kinderen verder van huis ligt.
"Ik kan al een beetje fietsen, maar nog niet goed genoeg"
Niet (goed) kunnen fietsen is voor het 2de en 3de leerjaar een drempel die kinderen zonder schroom benoemen:
"Ik heb thuis alleen een fiets die te groot is, van mijn broer, dus ik kan niet met de fiets naar school komen."
Tegen het 6de leerjaar verdwijnt dat probleem niet, maar wordt het wel minder benoemd. Kinderen die dan nog niet goed kunnen fietsen, zeggen dat zelf zelden nog hardop. Bij Don Bosco leverde de vraag "wie kan er niet fietsen?" via handopsteking nog altijd drie leerlingen op; bij de Sint-Pietersschool merkten leerkrachten pas tijdens de voorbereiding van het fietsexamen dat er nog leerlingen waren die niet konden fietsen. Fietsen wordt tegen die leeftijd stilaan de norm, en wie dan nog niet kan fietsen, zwijgt er liever over.
Zelfstandig naar het park wel, naar school nog niet
Opvallend: veel kinderen die niet zelfstandig naar school fietsen, mogen wel al zelfstandig naar het park, de speeltuin of de bakker. Niet fietsen op zich is voor ouders dus zelden het probleem, wel de specifieke route naar school, die vaak drukker of minder vertrouwd is. Reeds gekende, veilige routes zijn een goed vertrekpunt om de stap naar zelfstandig naar school fietsen kleiner te maken.
Het fietsexamen geeft niet alleen kinderen, maar ook ouders vertrouwen
Bij de Sint-Pietersschool, waar het fietsexamen drie keer per jaar wordt afgenomen, vertelden verschillende leerlingen dat het behalen van dat examen hun ouders overtuigde trok om hen zelfstandig te laten fietsen. Het examen is dus niet alleen een leermoment voor kinderen, maar ook een objectief ijkpunt voor ouders. Daarnaast biedt het examen en de oefensessies ter voorbereiding een vangnet voor wie thuis minder kans krijgt om te oefenen.
Aanbevelingen om van fietsen de logische keuze te maken
Op basis van de klasgesprekken formuleren we een reeks aanbevelingen voor gemeenten en scholen:
- Investeer in fietseducatie. Een terugkerend fietsexamen, fietsweek en fietslessen geven kinderen vaardigheden én ouders vertrouwen.
- Pak gevaarlijke punten aan. Het kruispunt bij Don Bosco is in dit onderzoek vaak genoemd als onveilig. Geef prioriteit aan gevaarlijke plaatsen die kinderen zelf aanduiden.
- Bouw verder op de route naar het park. Een speelweefselplan met veilige, autoluwe verbindingen is een logisch vertrekpunt richting een veilige schoolroute.
- Ondersteun ouders. Zorg dat ze samen met hun kinderen kunnen oefenen op veilige routes, maak duidelijke afspraken mogelijk en communiceer positief in plaats van enkel te wijzen op gevaar.
- Verbeter de toegang tot een passende fiets. Dat kan bv. via een fietsbieb of herstelacties op school.
- Breid onderzoek uit. Cijfers voor het middelbaar onderwijs of van scholen in een landelijke regio, geven een vollediger beeld van de fietscultuur bij jongeren.
De wil om te fietsen is er vaak al: in de 3de leerjaren van het Lyceum gaf ongeveer een derde van de klas spontaan aan liever met de fiets te komen. "Met de fiets kan ik sneller naar school, want met de bus, de auto of te voet is te traag," klinkt het, of gewoon: "Het is leuk." Het is dus zelden onwil bij kinderen zelf, maar eerder een omgeving die hen niet altijd evenveel vertrouwen geeft.
De vraag om te fietsen is er, bij bijna elk kind in bijna elke klas. Het is nu zaak om aan die vraag te voldoen en verder te kijken dan infrastructuur alleen. Een vergevingsgezinde omgeving die kinderen evenveel vertrouwen geeft als zij zelf al hebben kan een positieve fietscultuur alleen maar ten goede komen. Dat is ook precies de gedachte achter de Coalitie Kindnorm: wat voor kinderen werkt, werkt voor iedereen.
Dit rapport maakt ook deel uit van het Beleidsdossier dat Netwerk Duurzame Mobiliteit publiceert voor de Week van de Mobiliteit.
Gerelateerde inzichten
Hoogstraten maakt Schoolroutekaarten voor acht basisscholen
Alle basisscholen in Hoogstraten hebben bij de start van het schooljaar een eigen schoolbereikbaarheidskaart. Niet één, maar acht (!) kaarten met daarop de veiligste routes naar al die scholen. Lees hoe we dat hebben aangepakt.
Download rapport klasgesprekken kinderfietstelling
Vul hier je gegevens in en je ontvangt meteen een link om het rapport te downloaden.
Gezonde & kindvriendelijke schoolomgevingen
We bouwen mee aan veilige en avontuurlijke publieke ruimte waarin kinderen en jongeren zich zelfstandig kunnen, willen én mogen verplaatsen. Naar school, vrienden, de sportclub, het park ... Naar overal! Autonome mobiliteit moet de norm zijn.