Participatie aan mobiliteitsbeleid
Participatie is niet alleen een groeiende vraag bij burgers en verenigingen. In Artikel 199 van het Gemeentedecreet wordt participatie nu ook wettelijk verankerd.
De gemeenteraad dient initiatieven te nemen om de betrokkenheid en de inspraak van de burgers of van de doelgroepen te verzekeren bij de beleidsvoorbereiding, bij de uitwerking van de gemeentelijke dienstverlening en bij de evaluatie ervan. (Artikel 199 uit het Gemeentedecreet)
Waarom participatie?
Participatie leidt tot meer democratie. Een grotere afspiegeling van de bevolking kan meewerken aan beleid.
Representatieve participatie leidt tot meer democratie maar vervangt ze niet. Politieke keuzes worden gemaakt door verkozen politici.
Participatie zorgt voor breed eigenaarschap van de beslissing.
Eigenaarschap zorgt voor draagvlak. Via participatie kan u aan een breed draagvlak werken. Wees niet teleurgesteld bij een lage opkomst. Burgers zijn niet in alles geïnteresseerd en vinden jouw thema misschien wat ver van hun bed. Om interesse op te wekken kan u uw participatie-event wat extra elan geven via een wervende flyer, een leuke affiche, een gezellige receptie, ...
Participatie leidt tot beter geformuleerde beleidskeuzes en efficiënte inzet van middelen. Dat verhoogt de effectiviteit en de slaagkans.
Beleidsbeslissingen zijn vaak complex. Ga na of de doelgroep de nodige kennis, vaardigheden of civic skills bezit om deel te nemen aan het participatietraject. Indien dit niet het geval is, kan u een korte training organiseren. Tijdens het participatietraject is blijvende aandacht nodig zodat iedereen mee kan. Onbegrip leidt vaak tot frustratie. Daarnaast kan participatie inspelen op mogelijke ongenoegens of controversies en op die manier oppositie en vertraging in de besluitvorming voorkomen
Participatie verhoogt de kans dat de doelgroepen die moeten bereikt worden, ook daadwerkelijk worden bereikt.
Beleid heeft vaak een bepaalde doelgroep voor ogen. Via participatie kan u niet alleen nagaan of u de doelgroep bereikt, u kan hen eigenaar maken van het beleid. Toch moet u opletten voor de zogenaamde participatiekloof: d.w.z. diegenen die al veel participeren worden bereikt en nemen deel aan het participatieproces (Mattheüs-effect). Tenslotte kan bij de doelgroep ook participatiemoeheid optreden. Kies momenten dus met zorg uit.
Participatieprocessen verkleinen de kloof tussen burger en politiek.
Door samen aan tafel te zitten verkleint u de kloof met de burger. Maar wees duidelijk over de verwachtingen ten aanzien van het participatietraject. De kloof kan aanzienlijk verbreden en verdiepen als er verwarring is over de impact van het participatietraject.
Participatie verhoogt de transparantie van het beleidsproces.
Een transparant beleidsproces voorkomt heel wat problemen en klachten. Transparantie vooronderstelt echter wel dat bepaalde documenten, vergaderingen en vergaderruimtes toegankelijk zijn voor geïnteresseerden. Bovendien kan te technisch of te complex taalgebruik een goed begrip van het beleidsproces erg moeilijk maken.
Hoe participatie organiseren?
Er is geen enig zaligmakende methode om participatie te organiseren. Bij elk participatietraject zijn de volgende 4 dingen het belangrijkst:
- Wat is het precieze voorwerp van participatie?
- Binnen welke beleidsfase wenst u participatie te organiseren?
- Welke doelstelling heeft u voor ogen?
- Wie zijn de betrokkenen of stakeholders?
Als hulpmiddel bij het organiseren van participatietrajecten werkte Mobiel 21 een beslissingsboom uit die u stap voor stap doorheen het organisatieproces loodst. U vindt hem bij de links onderaan.
Daarnaast werkte Mobiel 21 ook een overzicht van participatie-events en werkvormen uit. Het document biedt concrete tips bij het uitwerken van een participatietraject. Daarnaast vindt u er ook de brochure Mobiliteitsparticipatie in Buurten. Hierin vindt u een aantal goede praktijkvoorbeelden.













